Judith Spiegel en Boudewijn Berendsen terug uit JemenSchiphol – De vrijgelaten journaliste Judith Spiegel en haar man Boudewijn Berendsen gaan voorlopig niet terug naar Jemen. Dat zeiden ze woensdagmiddag op een persconferentie op Schiphol na hun terugkeer in Nederland.

“We gaan niet terug. Althans, voorlopig niet”, zei Spiegel. De journaliste van onder meer NOS en NRC had eerder overwogen het land te verlaten vanwege het grote risico op ontvoeringen, maar ze vonden het te lastig om te vertrekken. “Je woont er al 3,5 jaar. Je hebt er vrienden. Je gaat niet zomaar weg.”

Spiegel en Berendsen herhaalden tijdens de persconferentie verder dat ze goed zijn behandeld en dat ze gezond zijn. Over de precieze afloop van de ontvoering en of er losgeld is betaald, kon ze niets zeggen. “Dat is echt waar. Ik wil het zelf ook weten. Ik ga het zelf uitzoeken. De vraag is of we er ooit achter komen.”

De twee werden in juni ontvoerd na een bezoek aan wasserette. Daarna zijn Spiegel en Berendsen gedurende de ontvoering op drie plaatsen vastgehouden. Het stel kreeg naar eigen zeggen veel privacy en verder alles wat ze wilden. Zo beschikten ze over een airconditioning en een televisie.

Dat er een einde aan de ontvoering zou komen, zat er wel een beetje aan te komen, stelde Berendsen. Uiteindelijk zijn ze ’s nachts in een auto gezet waarna ze de woestijn in werden gereden. Daar werden ze overgezet in een andere auto. Uiteindelijk is het stel bij de ambassade afgeleverd. “Dat was ook wel een verrassing voor de ambassade”, aldus Spiegel.

Het enige contact met de buitenwereld waren twee telefoontjes met de Nederlandse ambassadeur in Jemen. De ogenschijnlijke wanhoop die Spiegel en Berendsen toonden in de video die werd vrijgegeven, was verder in scène gezet. Hun ontvoerders dachten dat ze eerder het losgeld zouden krijgen als de twee zouden huilen.

Spiegel en Berendsen werden op 8 juni ontvoerd en afgelopen weekeinde in Sanaa vrijgelaten. Het nieuws van hun vrijlating werd dinsdag bekendgemaakt. Of er is betaald is niet bekendgemaakt.

(Bron tekst: Novum)